DE KUNST VAN CULTUURBELEID

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cultuurnotitie van Bakens Verzetten Katwijk                       maart 2002

 

 

 

 


DE KUNST VAN CULTUURBELEID

 

 

Binnenkort komt het college van burgemeester en wethouders met een nota over cultuurbeleid. Het verkiezingsprogramma van Bakens Verzetten Katwijk is zeer summier over het onderwerp kunst en cultuur sec. Slechts een regel, die stelt dat uitvoering moet worden gegeven aan de inhoud van de Kunstnota. Alle reden voor de BVKatwijk om haar visie op papier te zetten. De inhoud van deze notitie zal over meer gaan dan die ene regel in het verkiezingsprogramma omdat volgens de BVKatwijk meer zaken tot de kunst en de cultuur van Katwijk behoren.

 

Blijft wel staan dat wat cultuur waardevol maakt moeilijk in een notitie is te vangen. De kracht van cultuur is immers zelden in woorden te vatten. Het opstellen van cultuurbeleid dat rekening houdt met de innerlijke waarde van cultuur is al helemaal een moeilijke opgave.

 

In deze notitie is geprobeerd om de aandacht te richten op de Katwijkse cultuur in al haar breedte. De beschreven onderwerpen variëren dan ook van cultuurhistorie tot popfestivals en van oude panden tot film. Het gaat over cultuur als kunstuiting of kunst als cultuuruiting. We hebben overigens niet de pretentie het terrein allesomvattend te behandelen

 

1.0       UITGANGSPUNTEN

 

De BVKatwijk stelt de volgende drie uitgangspunten voor als basis voor het te voeren cultuurbeleid:                                      

 

toegankelijkheid en spreiding

Toegankelijkheid en spreiding zijn van groot belang. Alle bevolkingsgroepen moeten de mogelijkheid hebben om actief (produceren) en passief (consumeren) te genieten van kunst en cultuur. Met name voor minima, allochtonen en jongeren is extra inzet nodig om drempels te verlagen. Dit kan door (selectieve) verlaging van entreekaartjes en cursusgelden. Daarnaast is de gewenste participatie zeker ook gebaat bij het bevorderen van kunsteducatie en ondersteuning van amateurkunst. Spreiding kan ook slaan op fysieke spreidingen van cultuuruitingen door het dorp.

 

diversiteit

Diversiteit moet een belangrijke pijler zijn. De plaatselijke cultuur is gebaat bij een rijke variatie. Een zo breed mogelijk palet aan stromingen en kunstuitingen is wenselijk. Wel kan, als het gaat om verdere specialisering voor enkele speerpunten worden gekozen. Uiteraard kan dat het best op basis van regionale afstemming gebeuren.

 

vernieuwing

Vernieuwing hoort bij cultuur. Voor ontwikkeling, groei en presentatie van nieuwe kunstvormen horen voldoende mogelijkheden te zijn. Via het scheppen van “culturele broedplaatsen” kunnen vernieuwende impulsen gestimuleerd worden. Het is ook wenselijk dat de gevestigde instellingen open staan voor vernieuwingen binnen de programmering. Zo zou bijvoorbeeld het ontstaan van de multiculturele samenleving beter tot uiting kunnen komen. Verder hoort het cultuurbeleid in te spelen op nieuwe vormen die zich aandienen, zoals de mogelijkheden die nieuwe media en de ICT sector bieden.

 

Deze drie uitgangspunten moeten gelden voor zowel de productiezijde als de consumptiezijde van kunst en cultuur. De positie van de gemeente in het spel van vraag en aanbod is niet alleen het maken van keuzen ten aanzien van het geen ze wil stimuleren en wat niet, maar vooral ook het zoeken van de grens van de gemeentelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van privatisering en marktproducten.

 

Deze nota bevat een paragraaf over de gemeentelijke subsidiering van cultuur. Daarin wordt door de BVKatwijk een voorstel gelanceerd om de gemeentelijke middelen optimaal in te zetten voor het gewenste cultuurbeleid. Dit beleid bestaat uit een brede basis waarin de gewenste culturele activiteiten binnen de gemeente worden gesubsidieerd (basis- en faciliteitensubsidie) met daarboven op extra ruimte om de gewenste initiatieven te stimuleren (stimulanssubsidie).

 

Met deze notitie hoopt de BVKatwijk ook een bouwsteen te leveren voor de totstandkoming van de cultuurvisie van de gemeente Katwijk.

 

2.0              HET BELANG VAN CULTUUR, EEN INLEIDING

 

2.1       CULTUUR ALS BRON

 

Een dorp zonder levendig cultuur klimaat is een doods dorp. Kunst en cultuur bieden zowel ontspanning als prikkeling. Kunst maar ook cultuur is een tastbare vertaling van ideeën en dromen, waarden en normen, humor en ernst. Daardoor kun je plots denken met het hoofd van een ander, voelen met het hart van een ander. Communicatie wordt gemakkelijker. Kunst en cultuur kunnen bruggen slaan, helpen andere gedachten en culturen te leren kennen. Kunst zowel als cultuur kan een belangrijke bijdrage leveren aan sfeer en samenhang van een dorp. Een dorp met een levendig cultuur klimaat is aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers.

Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat het niet aan de overheid is om inhoud en aard van cultuur te zeer te domineren. Kunst noch cultuur zijn gelukkig niet van bovenaf te plannen Als reactie op maatschappelijke verstarring en een overheersende monocultuur ontstaan onherroepelijk vernieuwende initiatieven. Het is de kunst van het cultuurbeleid een dusdanig klimaat te scheppen dat uitingen van kubisme tot graffiti en van dada tot punk allen kunnen floreren.

 

2.2       BARRIERES SLECHTEN

 

Volgens de BVKatwijk is het slechten van barričres een kerntaak van het gemeentelijk cultuurbeleid. Het gaat om barričres tussen stromingen, barričres tussen disciplines en barričres tussen mensen. Cultuur moet voor iedereen toegankelijk zijn; ook voor groepen uit de samenleving, waarvan de participatie nu vaak achterblijft. Cijfers wijzen uit dat minima, allochtonen en jongeren over het algemeen minder goed bereikt worden. Om ervoor te zorgen dat iedereen die cultuur kan bereiken die hij of zij wil bereiken moeten drempels verlaagd worden.

 

2.3       GEEN CULTUUR ZONDER TEGENCULTUUR           

 

De gemeente dient te zorgen voor optimale mogelijkheden voor een rijk en gevarieerd aanbod van cultuur. Cultuur is voor de samenleving te belangrijk om aan de markt te worden overgelaten. Dan zou alleen overblijven wat commercieel interessant en dus meestal grootschalig is. De eenzijdige logica van de vastgoedmarkt gaat meestal voorbij aan de historische waarde van een monument. De creativiteit van een vernieuwend theaterstuk is economisch niet rendabel.

Zonder voldoende prikkelende variatie ontstaat er een verschraling van de cultuur. Er is, kortom, geen cultuur zonder tegencultuur. Kleinschalig vernieuwende projecten moeten door de gemeente dan ook niet worden buitengesloten maar met de juiste subtiliteit worden omarmd.

 

3.0              LESSEN IN SCHOONHEID, KUNST ALS KUNDE

 

Kunsteducatie behoort een belangrijk onderdeel van opvoeding en scholing te zijn. Het ontwikkelen en ervaren van creativiteit maakt iemand veelzijdig. Daarom is aanmoediging en ondersteuning belangrijk. Het bijbrengen van vaardigheden helpt je om een deel van je talenten te ontwikkelen. Kunsteducatie verdient een volwaardige plaats binnen het onderwijs aan basisscholen en middelbare scholen.

 

3.1       KATWIJKS MUSEUM

 

Een belangrijke rol voor het overbrengen van het culturele erfgoed is weggelegd voor het Katwijks museum. Zowel het culturele erfgoed van katwijks verleden als het culturele erfgoed in de vorm van beeldende kunst.

 

Concreet zou de gemeente kunnen stimuleren dat scholen de permanente en de wisselende tentoonstellingen in het museum bezoeken.

 

De gemeente moet actief mee zoeken naar mogelijkheden om de collectie en de activiteiten van het museum uit te breiden. Volgens de BVKatwijk is een mogelijkheid de aankoop van het pand van Parlevliet aan de Haven door de gemeente. In de exploitatie van de volgende fase van het havengebied kan aankoop een financieel onderdeel zijn. Zoals bekend streeft de BVKatwijk naar handhaving van het pand in combinatie met het aanleggen van een waterpartij, met verbinding met het Prins Hendrikkanaal, voor het afmeren van schepen die een relatie met de visserij hebben. Achter of naast het pand kan een bomschuitenwerf gerealiseerd worden.

Het pand zelf kan voor allerlei doeleinden gebruikt worden. De BVKatwijk denkt aan een dependance van het museum waarin de visserij centraal staat. Hierbij kan men denken aan het inrichten van tentoonstellingen over de haringhandel en de historie van de katwijkse visserij. Een project als dit kan niet alleen een functie voor de eigen inwoners hebben maar ook voor de toeristen. Katwijk heeft zoals bekend een gebrek aan slecht weer accommodatie. In het verleden kwamen er vanuit burgers initiatieven voor het afmeren van een lichtschip in Katwijk,  voor de opzet van een Museumhaven, de logger Tecla werd te koop aangeboden. Vanwege diverse redenen kregen die initiatieven geen kans. In de te creëren waterplas is voor die initiatieven plaats. De kade van de Haven zelf kan overigens ook gebruikt worden voor het afmeren van historische schepen. Zodoende ontstaat een aantrekkelijk gebied.

 

Het Katwijks museum dient van de gemeente de financiële middelen te krijgen om een kunsthistoricus van professie aan te stellen. Deze kan een belangrijke rol spelen in de verdere uitbouw van het museum. Het vorig jaar uitgebracht beleidsplan van het museum is de leidraad voor de verdere uitbouw van het museum. Onder andere het Rijndorp dient meer aandacht te krijgen in het museum.

 

3.2       ARTHOTEEK

 

Een artotheek is een geslaagde formule om tot een bredere spreiding van kunstwerken te komen. Een maandelijks abonnementsgeld betekent voor velen een lagere drempel dan de aankoopkosten van een schilderij of beeldhouwwerk. Tegelijkertijd zou er via het abonnement gespaard kunnen worden voor het verwerven van een kunstwerk dat in de smaak valt. Voor kunstenaars biedt de Artotheek mogelijkheden om een groep geďnteresseerden te bereiken die je bij een reguliere expositie  toch wat minder snel zult treffen. Met name beginnende Katwijkse kunstenaars kunnen hierbij gebaat zijn.

Vanuit de Artotheek zou ook een maal per jaar een publieke verkoop van kunstwerken kunnen plaats vinden. Het is een mogelijkheid voor een kunstenaar om zijn werk dichter bij een groot publiek te brengen. De kunstliefhebber krijgt een laagdrempelige, zowel fysiek als financieel, om in contact te komen met nieuwe kunst en kunstuitingen.

 

3.3       VESTZAKTHEATER

 

De gemeente dient het initiatief te nemen om samen met een aantal instellingen, zoals Mimiek, K. en O. en Tripodia,  te komen tot een vestzaktheater. Een vestzaktheater, met zo’n 50 stoelen, is een welkome aanvulling op het huidige aanbod van grote en kleine zalen. Het theater kan als vaste bespeler Mimiek krijgen, wekelijks kunnen er filmvoorstellingen door K. en O. georganiseerd worden, dezelfde instelling kan kleinere producties in het theater organiseren

 

4.0              BROEDPLAATSEN

 

Vernieuwing, verbreding en uitbreiding van het plaatselijk culturele klimaat is geen vanzelfsprekendheid. Ook in Katwijk niet. Er zijn de laatste jaren meer cultuuruitingen verdwenen dan dat er zijn bijgekomen. In den lande is gekozen voor het opzetten van zogeheten “broedplaatsen”. Met steun van de gemeente worden panden verworven en opgeknapt met de bedoeling er culturele functies in onder te brengen. Daarbij zou met name plaats moeten zijn voor vernieuwende initiatieven en startende kunstenaars. Echter ook bestaande activiteiten kunnen er in ondergebracht worden. Van een gezamenlijke huisvesting en gedeelde voorzieningen wordt een extra impuls verwacht.

Een “broedplaats” zou gerealiseerd kunnen worden in de leegstaande en leegkomende barakken van het vliegkamp. In overleg met de eigenaar zouden die barakken door de gemeente gehuurd of gekocht kunnen worden. Naast kunstenaars met verschillende disciplines zouden er ook ondergebracht kunnen worden popoefenruimtes en het al jaren gewenste Milieu Educatie Centrum. Het MEC kan opgezet worden door de gemeente in samenwerking met Staatsbosbeheer en de Duinwatermaatschappij.

 

5.0              EVENEMENTEN

 

Katwijk kent een Evenementenbeleid. Dat beleid gaat echter over het aantal malen per jaar dat er in de openlucht een evenement mag plaatsen vinden, hoelang dat mag duren en aan welke voorwaarden men moet voldoen. Het Evenementenbeleid lijkt echter opgezet te zijn om zoveel mogelijk evenementen onmogelijk te maken. Terwijl Evenementenbeleid volgens de BVKatwijk juist zou moeten gaan over de voorwaarden die de gemeente schept om particulieren en instellingen te stimuleren zoveel mogelijk evenementen te organiseren. Een redelijke variatie aan festivals en andere evenementen is belangrijk voor de culturele sfeer in het dorp. Doelgerichte ondersteuning met relatief kleine bedragen kan cruciaal zijn voor het aanzwengelen van activiteiten. De BVKatwijk is van mening dat de gemeente financiën ter beschikking moet stellen voor het organiseren van evenementen. Dat kan gaan om popconcerten op de Taatendam, maar ook voor het weer in het leven roepen van Mimieks Straattheater, de Visserijdagen en de popconcerten op parkeerterrein Noord.

Mimiek is met het Staattheaterfestival gestopt omdat de meeste energie ging zitten in het verwerven van gelden in plaats van dat er gewerkt werd aan de artistieke kant van het festival. Mimiek is bereid de artistieke draad weer op te pakken als de gemeente voldoende financiële middelen beschikbaar stelt. De BVKatwijk is daar een groot voorstander van.

 

6.0              HET DORP ALS SCHOUWSPEL

 

Pleinen, gebouwen, bomen, reclamezuilen…. Het dorp is een samenraapsel van toevallige en geplande zaken. Samen vormt dit een decor. Een plek waar je je thuis voelt, of waar je zo snel mogelijk weg zou willen. Een gevarieerde omgeving is prettiger dan een eenvormige plek. Afwisselende architectuur, diverse functies en intieme plekjes kunnen goed samengaan. Beeldende kunst kan daar een extra accent aan toevoegen. Het zou goed zijn als kunst in het dorp op meer plekken zichtbaar wordt. Op straten en tegen gevels. Dat maakt het straatbeeld levendiger.

 

6.1       PLEINEN

 

Ook voor de inrichting van straten en pleinen is afwisseling wenselijk. Grote en kale vlakten worden in het algemeen weinig gewaardeerd. Katwijk kent een aantal vlakten die een herinrichting goed kunnen gebruiken. De BVKatwijk denkt hierbij aan het Andreasplein, het marktterrein en het Baljuwplein.

 

In de visie van de BVKatwijk dient de parkeerfunctie op het Andreasplein opgeheven te worden. De auto’s die daar nu nog betaald parkeren kunnen elders makkelijk terecht. In de stijl van het Andreashof kunnen enkele gebouwen ter plekke gebouwd worden. Die kunnen als onderkomen dienen voor bijvoorbeeld de haringhandel, de VVV (voordeel centraler in het dorp) en een winkel in toeristisch artikelen. De overblijvende ruimte dient als verblijfsgebied te worden ingericht. Gedacht hierbij kan worden aan het plaatsen van een muziekkiosk en een fontein.

 

Het marktterrein wordt een maal per week functioneel gebruikt. De rest van de week is het een lelijk, doods element in het dorpsbeeld waar de jeugd wat voetbalt. De vrijdagmarkt dient verplaatst te worden naar de Princestraat, de Voorstaat en de Badstraat. Previes de plekken van de toeristenmarkt in de zomer.  Op vrijdag zal dan een gezellige drukte ontstaan in het winkelcentrumgebied, wat ook extra klanten kan opleveren voor de zittende winkeliers. Van het marktterrein is van alles te maken. Bomen planten, afgerasterd voetbalveldje, omheinde kinderspeelplaats en dergelijke. Aan de randen zou enige bebouwing plaats kunnen vinden, zoals voor de patattent en het postkantoor als het verdwijnt aan het Baljuwplein. Als de gemeente het kapitaalvernietigende plan doorzet om Tripodia, zwembad en sporthal samen te brengen zou een deel van het marktterrein daarvoor gebruikt kunnen worden.

 

Op het Baljuwplein kan de parkeerfunctie ook verdwijnen als het postkantoor is verplaatst. In plaats van dat men die open ruimte openhoudt gaat de discussie nu over woningbouw. De reden zal wel zijn geld, want de gemeente wil de penningen terug van de aankoop van het postkantoor. De BVKatwijk kiest voor een leuk ingericht plein. De buurt is al dicht genoeg bebouwd.

 

7.0              CULTUURHISTORIE, GEMEENSCHAPPELIJK RIJKDOM

 

De geschiedenis van het dorp prikkelt de verbeeldingskracht. Zaken als oude gebouwen, een grillig stratenpatroon en een monumentaal laantje geven een plek een eigen karakter. Het cultureel erfgoed is een tastbare verwijzing naar de mensen die vroeger in een dorp hebben geleefd.

Helaas is veel van het verleden verdwenen. Niet alleen door toedoen van de bezetters in de 2de wereldoorlog maar ook door op een volgende colleges van burgemeester en wethouders. Zoals het Gast- en Weeshuis, de makreelrokerij in de Schoolstraat, het pand van Meerburg, de visafslag aan de Haven, het veilinggebouw en soms hele buurten. Hierbij heeft het dorpsbestuur niet zelden maatschappelijke protesten genegeerd. De politieke keuze voor een nieuwbouwproject (met bijbehorende economische logica) werd hierbij vaak belangrijker gevonden dan de monumentale waarde van bouwwerken die de dadendrang van bestuurders in de weg bleken te staan.

 

Een goed nieuwbouwproject hoort rekening te houden met de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten. Dit uitgangspunt is treffend verwoord in de paar jaar geleden verschenen nota Belvedčre In deze beleidsnota van de regering wordt ingegaan op de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke ordening.

 

“De ruimtelijke inrichting en stedenbouw van nu vormen het cultureel erfgoed van morgen. De opgave bestaat eruit de ontwikkeling, de constante verandering van functie en bestemming van de ruimtelijke inrichting als vertrekpunt te nemen voor het duurzaam behouden en versterken van de positie van het cultureel erfgoed. Dat betekent dat het gebruik van de kwaliteiten van het erfgoed ten dienste van ruimtelijke centraal staat.” (Nota Belvedčre)

 

7.1       MONUMENTENCOMMISSIE

 

Volgens de BVKatwijk dient de gemeente bouwplannen en bestemmingsplannen afrekenbaar te toetsen op de mogelijke effecten voor de cultuurhistorie. Een belangrijke taak hierbij is weggelegd voor de gemeentelijke monumentencommissie.

Op 1 april 2002 treedt de nieuwe Woningwet in werking, in het kader hiervan moet de gemeente een nieuw welstandsbeleid vaststellen. Het functioneren van de Welstands/-Monumentencommissie dient daarin ook aan de orde te komen. De BVKatwijk stelt in haar verkiezingsprogramma voor de commissie die nu twee taken heeft in tweeën te splitsen. De Monumentencommissie dient dan te gaan bestaan uit twee beroepshalve deskundigen en een betrokken katwijker. Daarnaast dienen de criteria die de gemeente gebruikt, of beter is die de gemeentelijke Welstands/Monumentencommissie gebruikt, want de huidige criteria zijn nooit door de raad vastgesteld, opnieuw bezien te worden. Recentelijk heeft bijvoorbeeld de commissie een verzoek om het hoofdgebouw van het Zeehospitium op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten afgewezen omdat er ontsierende aanbouwsels zijn. De aanvraag om het Jessepand aan de Molenweg 4 op die lijst te zetten werd afgewezen omdat het geďsoleerd staat in de omgeving. Als dit criteria zijn die de gemeente los gaat laten op alle panden op de beide lijsten dan zullen de lijsten kleiner in plaats van groter worden.

 

 

7.2              LIJST VAN KARAKTERISTIEKE PANDEN EN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN

 

Deze twee lijsten zijn  begin jaren negentig van de vorige eeuw vastgesteld. Jaren daarna zijn er nog panden toegevoegd. Die staan met de hand bijgeschreven op de lijsten. Verder staan in meerdere gevallen een en hetzelfde pand op beide lijsten. Vragen zijn te stellen bij panden die wel op de lijsten staan en panden die op geen enkele lijst staan. De lijsten dienen dan ook op zo’n kort mogelijke termijn geactualiseerd te worden. Steeds meer individuele bewoners en groepen bewoners voelen zich betrokken bij oude panden. De gemeente dient volgens de BVKatwijk het initiatief te nemen om die bewoners te organiseren in een overlegorgaan. Een orgaan dat in overleg met de gemeente bij alle zaken betrokken worden die met oude panden te maken hebben.

 

8.0       WAT MAG SCHOONHEID KOSTEN?

 

De gemeentelijke budgetten die in al zijn breedheid met cultuur te maken hebben kunnen voor een deel anders worden ingezet. Aan de aanbodzijde moet diversiteit en vernieuwing bevorderd worden. Daarvoor lijkt ons een opsplitsing in drie typen subsidie gewenst. Op dit moment krijgen culturele groepen jaarlijks een vast subsidiebedrag zonder dat daar veel eisen door de gemeente aan gesteld worden.

 

8.1       SUBSIDIES

 

a) de faciliteitensubsidie;

de faciliteitensubsidie is bedoeld om vaste kosten van een door de gemeente gewenste accommodatie te financieren.

 

b) de basissubsidie;

de basissubsidie biedt organisaties de mogelijkheid om programmering en activiteiten te initiëren

 

c) de stimulanssubsidie;

de stimulanssubsidie, een steuntje in de rug om gewenste ontwikkelingen in gang te zetten.

 

De faciliteitensubsidie is zowel bedoeld voor onderhoud en instandhouding van de huidige accommodaties en nieuwbouw als voor het aanzwengelen van de omschreven broedplaatsen. Een faciliteitensubsidie zal in het algemeen voor een langere periode aan instellingen moeten worden toegezegd. De subsidie is gekoppeld aan een accommodatie en dus niet aan het gezelschap of de groep die de accommodatie gebruikt.

De basissubsidies zijn relatief laagdrempelig. Zij dienen echter per definitie niet toereikend te zijn om alle kosten te dekken.

De stimulanssubsidie biedt extra mogelijkheden voor activiteiten die ondersteuning van de gemeente verdienen. Een stimulanssubsidie is veelal gekoppeld aan een project, en dus vaak eenmalig.

 

Een uitgekiende mix aan subsidies is de beste manier waarop de gemeente kan bijdragen aan een veelzijdig cultureel klimaat. Dit vergt maatwerk en een heldere beleidsvisie. De vrijwel automatische subsidiestromen naar veel instellingen dienen kritisch bekeken te worden. Met een deel van de gelden kan elders wellicht een beter effect bereikt worden.

 

Voor minder draagkrachtige katwijkers moet de drempel om aan culturele activiteiten deel te nemen zo laag mogelijk zijn. De gemeente moet daarvoor bij het opstellen van budgetovereenkomsten en subsidiebeschikkingen afspraken maken met de organisaties. Gedacht zou verder kunnen worden aan “culturele strippenkaart”. Kaarthouders kunnen daarmee met fikse korting deelnemen aan een beperkt aantal activiteiten. Op die manier blijft cultuur toegankelijk en blijven doelgroepen behouden voor de instellingen

 

 

 

Katwijk, maart 2002.