Fractie:
Willem de Zwijgerlaan 91
2224 ET Katwijk
1.0
VERORDENINGEN, REGELINGEN EN BESLUITEN
1.1 Verordening voorzieningen gehandicapten
In 1996 heeft de gemeente Katwijk de Verordening voorzieningen gehandicapten vastgesteld. Een wijziging vond plaats in 2001.
De
verordening beschrijft een aantal voorzieningen. Met name heeft men het over de
woon-voorzieningen en de vervoervoorzieningen. Beschreven wordt wat er onder
verstaan dient te worden, welke vergoedingen van toepassing zijn, de
uitzonderingen, beperkingen en de pro-cedures.
1.2 Besluit financiële tegemoetkoming
In 1997 heeft de gemeente het Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen gehan-dicapten vastgesteld.
Men
regelt hierin zaken als draagkracht, norminkomen, eigen betalingen en
degelijke. De financiële tegemoetkomingen voor de kosten van de aanpassingen
van een woonvoorziening, de eigen auto en de bruikleen auto worden er in
geregeld. Ook wordt vastgesteld wat de ver-goeding is voor het opladen van de
accu’s nodig voor de scootmobiel.
1.3 Verstrekkingenboek
In het verstrekkingenboek voorzieningen gehandicapten van 1997 is vastgelegd onder welke voorwaarden men in aanmerking komt voor een verstrekking (weer woon- en vervoersvoor-zieningen), de hoogte van de tegemoetkomingen en de samenloop van bepaalde voorzienin-gen. De samenhang met andere verstrekkingen via AWBZ, ABW wordt uitgelegd.
1.4 Evaluatie WVG
In opdracht van de gemeente evalueert het beleidsonderzoekbureau Ipso Facto in 1999 het gemeentelijk WVG beleid.
In
hoofdstuk 9 trekt men conclusies en doet men aanbevelingen. Die zijn talrijk.
We verwij-zen kortheidshalve naar het hoofdstuk. Als een aantal aanbevelingen
zouden zijn uitgevoerd zou de situatie voor de door de BVKatwijk geïnterviewde
gebruikers zijn verbeterd.
1.5 Wijzigingen WVG
Op 28 juni 2001 besluit de raad om het beleid met betrekking tot de verstrekking van scoot-mobielen te wijzigen, dit met gelijktijdige wijziging van het in het Verstrekkingenboek neer-gelegde beleid bij de combinatie van een scootmobiel en een financiële tegemoetkoming voor een andere vervoersvoorziening.
1.6 Aanpassing legesverordening gehandicaptenkaart
Op 27 juni 2003 besluit de raad om de leges aan te passen voor de gehandicaptenparkeerkaart. Uit het collegevoorstel: “ Met een toenemende vergrijzing neemt ook het aantal personen dat gebruik maakt van de gehandicaptenregelingen toe. Ook zijn steeds meer mensen sneller be-reid toe te geven dat zij in zo’n positie verkeren. (---) Deze omstandigheden leggen extra druk op de schaarse parkeervoorzieningen en zorgen voor het verschijnen van steeds meer algemene gehandicaptenplaatsen bij openbare voorzieningen, maar ook in winkelgebieden e.d. en gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen in de woongebieden waarin de parkeerdruk veroorzaakt door de bewoners ook steeds meer toeneemt. Helaas komt het vaak voor dat ondanks een duidelijke toelichting aanvragers hun kansen op een toewijzing van een aanvraag hoger inschatten dan hun feitelijke loopbeperkingen wellicht indiceren. (---) Een goede mogelijkheid om hiertegen een drempel op te werpen en aanvragers te doen beseffen dat zij nauwgezet met de beschikbare regelingen dienen om te gaan is het gedeeltelijk doorberekenen van de werkelijke kosten zoals de keuringskosten.”
De
raad besluit unaniem, het BVKatwijk raadslid was niet aanwezig, het tarief voor
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, wijzigen of
verlengen van een invali-denparkeerkaart of gehandicaptenparkeerkaart te
verhogen naar € 37,00.
2.0 DE GEBRUIKERS
2.1. Voorbeeld 1
Mevrouw en mijnheer A. wonen in een aangepaste woning. De voordeur draait na een druk op de knop gracieus en in een vloeiende beweging, automatisch open. De verbindingen tussen ruimten in de woning zijn ruim en zonder drempel. Mevrouw is voor verplaatsingen in huis 24 uur per dag aangewezen op een elektrische rolstoel. Mevrouw is gehandicapt vanwege een steeds verder om zich heen grijpende MS. Opmerkelijk is dat de deur aan de achterkant, om in de tuin te komen, wel verbreed is maar geen automatische openingssysteem heeft. Mevrouw kan die deur niet zelfstandig open doen. Als er dus brand is aan de voorkant, en de automatische deur is niet meer te gebruiken, dan zit mevrouw gevangen in haar eigen huis. Het is koud in huis tijdens ons bezoek. Omdat ertussen de verschillende ruimten in huis geen deuren meer zijn moeten, om het een beetje behaaglijk te hebben, eigenlijk in alle ruimten de verwarming aan. Vanwege de hoge kosten ziet men daarvan af. Het echtpaar ontvangt een AOW-uitkering van € 1040 netto per maand. Het echtpaar ontvangt huursubsidie, voor het echtpaar blijft dan een te betalen huur van € 326 over. In het kader van de WVG regelingen is een scootmobiel voor buiten en een elektrische rolstoel voor binnen ter beschikking gesteld door de gemeente aan mevrouw. Tevens ontvangt men € 30,00 per maand van de gemeente om de kosten te dekken van allerlei andere vervoers-voorzieningen. Uit een brief van 24 augustus 2001 van de gemeente aan het echtpaar de vol-gende zinsneden:
“Aan
u is in het kader van de Wvg een vervoersvoorziening verstrekt in de vorm van
een zgn. scootmobiel. Daarnaast ontvangt u van ons een vervoersvoorziening in
de vorm van een financiële tegemoetkoming. De vervoersvoorziening in de vorm
van een financiële tegemoetkoming is- qua hoogte van de maximaal te verstrekken
tegemoetkoming- afgestemd op het gegeven dat u de beschikking hebt over een
scootmobiel, waarmee u reeds gedeeltelijk kunt voorzien in uw
ver-voersbehoeften. De afstemming van de financiële tegemoetkoming is gebaseerd
op het door de gemeenteraad in het verleden vastgestelde Verstrekkingenboek
voorzieningen gehandicapten. Als gevolg daarvan is bij u een korting van 30%
toegepast op het voor financiële tegemoet-komingen algemeen geldende
normbedrag. Onlangs heeft de gemeenteraad besloten de af-stemming van de
financiële tegemoetkoming bij een samenloop van een scootmobiel met een
financiële tegemoetkoming te wijzigen. De daarbij te hanteren korting van 30%
is gewijzigd in een korting van 70%. Voor reeds bestaande samenloop-gevallen is
door de gemeenteraad een overgangsperiode voor de wijziging vastgesteld. (----)
U ontvangt momenteel een maximale financiële tegemoetkoming op jaarbasis van €
844,94 (niveau 2001). Bij ongewijzigde omstan-digheden zal deze maximale
tegemoetkoming per 01-01-02 gebracht worden op € 603,53 en ingaande op
01-07-2002 op €
Het huis is aangepast, de gemeente betaalde, de woningbouwvereniging voerde die uit. De fluitketel wordt gevuld, de koekjes komen op tafel. De waterkraan blijkt al jaren te lekken. Die kraan is aangebracht bij de aanpassing van de woning, in het kader van de WVG regeling. De woningbouwvereniging weigert de kraan te repareren of te vervangen omdat die aange-bracht is vanwege een WVG regeling. De gemeente weigert ook een nieuwe kraan te verstrek-ken. In een brief schrijft men het volgende:
“Uw
aanvraag voor verstrekking van een nieuwe hendelmengkraan in de keuken wijzen
wij, op basis van de Wvg en de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente
Katwijk 1996, af. De huidige kraan zou defect zijn. Die kraan maakt onderdeel
uit van onze beschikking (----).
Toentertijd
werden dergelijke kranen (nog) verstrekt op basis van de Wvg en de Verordening.
Inmiddels worden die kranen als algemeen gebruikelijk aangemerkt c.q. valt
verstrekking niet onder de gemeentelijke zorgplicht zodat het bepaalde in art.
1.2 lid 3 van de Verordening zich verzet tegen verstrekking. Overigens is er
geen situatie aanwezig te achten waardoor van deze bepaling zou moeten worden
afgeweken.”
Desgevraagd laat mevrouw ons weten art. 1.2 lid 3 niet te kennen. De woningbouwvereniging betaalt niet omdat die kraan vroeger onder de WVG viel, de gemeente betaalt niet omdat het voorwerp niet meer onder de WVG valt. De kraan is verder zeer onhandig aangebracht Een emmer kan er niet onder gezet worden.
Het bezoek pak zelf de voorraadbuskoffie uit de kastjes boven het aanrecht. In het kader van de aanpassing van de woning zijn de kastjes aangebracht. Mevrouw kan er vanuit haar rolstoel niet bij.
De koffie smaakt natuurlijk perfect. Mevrouw vertelt enthousiast over het koor waar ze nog steeds lid van is. Mijnheer krijgt, zo blijkt uit zijn verhalen, steeds meer lichamelijke klachten. Een zus van mevrouw, die in Utrecht woont, is ziek.
Voor het vervoer buitenshuis is dus door de gemeente een scootmobiel verstrekt. Mevrouw is daar erg blij mee voor korte uitstapjes, naar de supermarkt en dergelijke in de buurt. Mevrouw gaat/kan echter nauwelijks alleen weg omdat ze niet zelfstandig uit de mobiel kan komen. Voor bezoeken buitenshuis, die wat verder uit de buurt liggen, is die scootmobiel niet ge-schikt. Voor de repetitieavonden en uitvoeringen van het koor in Katwijk en daarbuiten, voor bezoek aan haar zus is mevrouw aangewezen op derden. Om deze kosten te kunnen betalen ontvangt mevrouw € 30 per maand van de gemeente.
Mijnheer en mevrouw maken geen gebruik van het Minimafonds en vragen niets aan in het kader van de bijzondere bijstand.
Na dit eerste bezoek, voorjaar 2003, bezoekt de fractie de familie regelmatig. Na de vakantie van 2003 blijkt de MS zo verergerd te zijn dat de scootmobiel niet meer te gebruiken is. De elektrische rolstoel voor binnen, vijf jaar geleden verstrekt, vertoont steeds meer gebreken. Mevrouw krijgt regelmatig tijdens reparaties een vervangende rolstoel. Die is natuurlijk niet aangepast voor mevrouw, wat oa weer allerlei extra lichamelijke klachten oplevert. Als de familie de gemeente op de hoogte brengt van de problemen met de rolstoel stuurt die ambte-naar een aanvraagformulier toe voor een nieuwe Het was beter geweest als een ambtenaar langs was gegaan om te helpen bij het invullen.
2.2
Voorbeeld 2
Mevrouw B woont alleen. In de hal van de woning wordt de accu van de scootmobiel op-geladen. Natuurlijk ook hier koffie met gekookte melk. Mevrouw kreeg vanaf 1983 een taxivergoeding van de bedrijfsvereniging, dit vanwege poli-artrose en reuma, wat veel functiebelemmeringen geeft. Later krijgt ze een scootmobiel. Midden jaren ’90 neemt de gemeente beide zaken over. In 2000 krijgt mevrouw een nieuwe scootmobiel via de gemeente, gelijktijdig gaat de taxivergoeding van 70% naar 50% van het bedrag dat de bedrijfsvereni-ging ooit verstrekte. In 2001 gaat die vergoeding naar 30%. In 2002 krijgt mevrouw nog € 180 per half jaar voor de taxi en andere vervoersvoorzieningen. De redenatie van de gemeente is, zo laat mevrouw weten, dat je met die scootmobiel overal kunt komen. Voor mevrouw is koud weer echter een obstakel om die te gebruiken, vanwege reumapijn is bediening van het vervoermiddel moeilijk of onmogelijk. Mevrouw kan en durft met de scootmobiel niet overal naar toe vanwege het feit dat ze minder goed ziet.
Van die € 30 per maand voor ander vervoer moet mevrouw het bezoek aan de podotherapeut en de huisarts betalen, familiebezoek en ritjes naar het dorp om inkopen te doen.
Mevrouw ontvangt AOW en een klein pensioentje van haar overleden man. Mevrouw ontvangt huursubsidie. De woning is goed aangepast.
2.3
Voorbeeld 3
Mevrouw, alleenstaand, begin zestig, sinds dertig jaar volledig op een rolstoel aangewezen Ze woont in een aangepaste woning. In het verleden ontving ze van de Bedrijfsvereniging een aangepaste auto, een aangepast bed, een strijkkast, een douchestoel en twee rolstoelen. Omdat mevrouw volledig op een rolstoel is aangewezen was die tweede rolstoel zeer belangrijk. Als een rolstoel kapot is kan ze de ander gebruiken. Als er geen rolstoel is rest niets anders dat op bed te liggen, ze kan dan nergens naar toe. Niet naar buiten, maar ook niet naar de wc bijvoor-beeld.
Toen de WVG voorzieningen overgingen naar de gemeente kreeg mevrouw nog maar slechts een rolstoel. Met alle gevolgen van dien als die kapot is.
Enige tijd geleden was de aangepaste auto aan vervanging toe. Van de gemeente kreeg me-vrouw geen auto, die zelf toen aangeschaft. De auto moest vervolgens aangepast worden naar de verplichtte richtlijnen van het CBR. De kosten lagen boven de fl. 5000,00. Mevrouw vroeg een tegemoetkoming in de kosten aan. Maar omdat de kosten boven de fl. 5000,00 lagen kreeg mevrouw geen vergoeding, de maximale verstrekking is fl. 5000,00. Mevrouw kreeg echter ook niet een bedrag vergoed tot maximaal fl. 5000,00. Mevrouw begrijpt dat er een maximum is, maar vraagt zich af waarom je dat maximale bedrag niet krijgt als je auto ver-plicht naar CBR normen moet worden aangepast.
2.4
Voorbeeld 4
Echtpaar, man midden vijftig, dachten midden jaren negentig hun toekomst tot tevredenheid uitgestippeld te hebben. In 1997 moet echter een been van de man geamputeerd worden. Niets blijkt meer te zijn zoals het was.
Terwijl de man nog in het ziekenhuis ligt wil mevrouw te weten zien te komen hoe dat nu verder moet met een hoop zaken. Zo wil ze zich ook informeren over de WVG en wil ze al een aantal zaken geregeld hebben als haar man weer thuis komt. Ze meldt zich bij de gemeen-te. Die laten haar weten nog niets te kunnen doen, in het kader van de WVG kunnen zaken pas opgang worden gebracht als mijnheer thuis is.
In januari 1998 moet de man gekeurd worden door de GGD. Na navraag blijkt dat men om die keuring niet heen kan, ondanks dat duidelijk is dat de man een been mist. Ook wil de GGD bij het ziekenhuis geen informatie opvragen. Tijdens de keuring door de GGD laat de arts weten: “houdt u uw broek maar aan, ik zie al dat een been geamputeerd is”.
Vervolgens doet de familie een aanvraag voor een rolstoel. Het valt hen op dat de betrokken ambtenaar verder geen enkele informatie verstrekt over andere WVG zaken. Mevrouw vat die handelswijze als volgt samen: “ga je voor a dan krijg je informatie daarover, ze vertellen ver-der niets over bijvoorbeeld b”. Later blijkt de man ook een scootmobiel te kunnen krijgen, hier kwam men achter na een opmerking van een andere gehandicapte.
In augustus 1999 krijgt de familie een al aangepaste woning toegewezen Men gaat naar die woning kijken. Daar krijgt men te horen dat de vorige bewoner, een rolstoelgebonden gehan-dicapte vrouw, uit de woning moest vertrekken omdat die niet verder aanpasbaar was. De fa-milie informeert bij de gemeente, want de man zit in een zelfde rolstoel als de vorige bewo-ner.
De ambtenaar laat weten dat voor deze oplossing gekozen is omdat het financieel de meest aantrekkelijkste oplossing was. Korte tijd later komt men daar echter op terug. De familie krijgt een andere woning toegewezen.
In maart 2000 betrekt de familie de aangepaste woning. Kort daarna krijgt de man een andere rolstoel. Dan blijkt dat de deuren niet breed genoeg zijn. Terwijl de familie al in de aangepas-te woning woont moeten de deuren breder gemaakt worden.
Ook de badkamer moest aangepast worden. Omdat de man zich met een been en een kruk beweegt moeten er antislip tegels in de douche komen. Alle tegels worden uit de douche gesloopt, en er worden andere tegels ingelegd. Al snel blijken dat precies dezelfde tegels te zijn die men eruit gesloopt heeft, dus niet antislip
In 2000 moet het andere been van mijnheer ook geamputeerd worden. Hij gebruikt nu altijd de rolstoel in de woning. De natte ruimte, douche/toilet, is aangepast. De rolstoel kan echter niet naast de wc pot geplaatst worden, daar is geen ruimte voor. Terwijl dat wel nodig is zodat de man zich uit de rolstoel kan tillen en op de wc pot kan gaan zitten. De wc wordt verplaatst.
Om te kunnen douchen is voor de man een zogenaamd badzitje aan de muur bevestigd. Daar gaat hij op zitten om zich te douchen. De eerste de beste keer dat de man zich wil douche en op het zitje gaat zitten dondert het van de muur af. Het zitje blijkt bevestigd aan een tussen-muurtje dat daarvoor niet geschikt is. Het zitje blijkt ook verkeerd gesitueerd te zijn, in een hoek, waardoor de man geen ruimte heeft aan een kant om zich te bewegen.
Ook de keuken moest aangepast worden. In strijd met de tekeningen, die de familie bezit, en afspraken hangt men de geiser boven de plaats die gedacht is voor het gasstel, en waar ook de leidingen voor lagen. De familie wijst de aannemer hierop, maar die weigert iets te verande-ren. Als men het keukenblok komt plaatsen blijkt de geiser inderdaad verkeerd te hangen, boven het gasstel in plaats van boven de gootsteen. Gevolg geiser eraf, leidingen afbreken en weer aanbrengen.
De kastjes boven het keukenblok worden aangebracht. Tussen het aanrechtblok en de kastjes is de hoogte twee tegels hoog. Te krap, want bijvoorbeeld het koffiezetapparaat kan dan niet op de aanrecht staan. De familie wijst de gemeente en de GGD daarop. De GGD is van me-ning dat de kastjes inderdaad hoger moeten. Dat gebeurt echter nooit.
In de woning moest van twee slaapkamers een slaapkamer gemaakt worden. Een tussen-muurtje, met daarin aangebracht stekkerdozen en lichtschakelaars wordt uitgebroken. Als de aangepaste woning wordt opgeleverd wil de familie het licht aandoen in de slaapkamer, er blijkt geen lichtschakelaar te zijn.
Totaal is de aannemer acht maanden bezig geweest met het aanpassen van de woning. Een leek kan beoordelen dat dat veel sneller had gekund. De woningbouwvereniging blijkt een aannemer uit den Haag ingeschakeld te hebben. De familie is van mening dat het toezicht ernstig tekort geschoten heeft. De gemeente heeft na de oplevering een rapport gemaakt over de minpunten van de woning. Daar is later niets meer over vernomen.
Omdat de man nauwelijks nog in beweging is gaat zijn conditie achteruit en wordt steeds zwaarder. Deskundige adviseren hem om meer te bewegen. Hij doet een aanvraag, in het kader van de WVG, voor een driewielfiets. Die fiets wordt afgewezen omdat dat een recreatieve voorziening is.
De familie doet een aanvraag voor een parkeerkaart. Men krijgt die slechts voor een jaar. De argumentatie van de GGD is dat de situatie over een jaar verbeterd kan zijn. De familie vraagt aan de arts of die nog hoop heeft dat de beide benen weer aangroeien. De arts laat weten dat uit te sluiten, maar toch krijgt men maar een parkeerkaart voor een jaar. Dat wil zeggen dat na een jaar weer een keuring moet worden verricht, kosten € 27,50, en dat weer een nieuwe kaart moet worden aangeschaft, kosten € 22,50. De GGD laat desgevraagd bij dit alles de familie weten dat de gemeente beslist over de toewijzing en de gemeente laat aan de familie weten dat de GGD beslist.
De man wil graag weer aan de slag, hij wil werken. Hij staat ingeschreven bij het CWI, zij moeten een advies schrijven voor de gemeente over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor mijnheer. De gemeente zou moeten bemiddelen. Sinds de aanmelding bij het CWI, nu zo’n acht maanden geleden, heeft mijnheer echter niets vernomen van het CWI noch van de gemeente over een eventuele baan.
De familie laat weten in het verleden en nu nog behoefte te hebben aan gecoördineerde hulp vanuit gemeente en GGD in allerlei procedures en inzicht in de mogelijkheden en onmoge-lijkheden.
De verbouwing van het huis duurde dus totaal acht maanden. Dat was erg vervelend voor be-trokkenen omdat men zolang nog in een niet aangepast woning moest blijven wonen. Maar de lange duur heeft ook nadelen voor de gemeente, want die moet acht maanden de huur betalen.
3.0
Evaluatie WVG beleid
Zoals al beschreven onder 1.4 is het WVG beleid de laatste
maal geëvalueerd in
Binnen 18 maanden na de inwerkingtreding, was 19 juli 2001, zou geëvalueerd worden. Dat had dus in januari 2003 moeten gebeuren. Dat is niet gebeurd.
In de Aanbiedingsbrief begroting 2004 is als een van de bezuinigingen opgenomen het voor 2004 geplande cliëntenonderzoek WVG. Het college stelt dat dat eventueel doorgeschoven zou kunnen worden naar 2005. Het college moet dus ooit besloten hebben de evaluatie van 2003 om te zetten in een cliëntenonderzoek in 2004.
Als mogelijke bezuiniging wordt ook een bedrag genoemd dat is ingeraamd voor de handha-ving van het voorzieningenniveau. Het college stelt voor om, als het cliëntenonderzoek niet in 2004 gehouden wordt, het verstrekkingenbeleid ook later aan te passen, ook 2005.
Bakens Verzetten Katwijk stelt voor op korte termijn alle voorzieningen voor gehandicapten in Katwijk te evalueren. Als startpunt zou kunnen dienen een Hoorzitting door de commissie MOS.
Als te evalueren zaken stelt de BVKatwijk voor:
a) de verordening,
b) het besluit financiële tegemoetkomingen,
c) het verstrekkingenbeleid,
d) regeling parkeerkaarten voor gehandicapten,
e) het functioneren van de GGD bij keuringen,
f) het verstrekken van hulpmiddelen door Welzorg,
g) functioneren ambtenaren gemeente, daarbij betrekken zaken als de doorlooptijd van een aanvraag in het kader van de WVG, maatschappelijke begeleiding en dergelijke,
h) aanpassing bestaande woningvoorraad voor gehandicapten, ervaringen met de aanpassin-gen, het aantal beschikbare woningen voor gehandicapten, enzovoort,
i) traject herintreding arbeidsproces.
Katwijk, 18 september 2003.